Belangrijk is dat we ook de kleine ringen serieus nemen en niet onderschatten, want vaak zijn het juist de zware forellen die de kleinste ringen veroorzaken.

Jules Rindlisbacher (Der praktische Fliegenfischer).

***

logo Van 6 maart tot en met 7 juli 2000 maakte het Eskader van de Koninklijke Marine een reis naar het verre oosten. Hierbij werd onder andere Japan bezocht in het kader van 400 jaar handelsbetrekkingen tussen onze beide landen. Ik was geplaatst bij de staf van de Commandant van het Eskader aan boord van Hr. Ms. de Ruyter en maakte deze reis ook mee. Via het internet was al voor de reis contact gelegd met Morio Sato van de Japan Flyfishers.
Op 23 april was het dan eindelijk zo ver, we liepen Tokyo binnen. Al weken had ik naar dit moment uitgekeken. Kort na het afmeren kon ik de valreep af en Morio, Yoshi en Rumiko stonden al te wachten. Het was een hartelijke kennismaking.

We hadden afgesproken dat we naar het Nikko gebied zouden gaan, ongeveer 175 km noordelijk van Tokyo. Het was een interessante rit en een voor mij unieke kans iets meer van het landschap te zien. Onderweg werd gestopt voor een snack. Het eethuis was aan de rivier gelegen en was gespecialiseerd in visgerechten, vooral forel en paling. Het bestond uit een houten gebouw met een rieten dak, het zag er heel sfeervol uit.
De snack bestond uit een bamboe pen met vier zoete aardappeltjes erop (yams). De pennen werden in het zand gestoken, voor een rij houtskool. Af en toe werden ze omgedraaid. Toen ze gaar waren werden ze bestreken met zoete miso pasta. Het is best lekker. Je drinkt er groene Japanse thee bij, uit een kommetje. Verder at ik nog een geperste en licht geroosterde platte bal rijst met een beetje sojasaus.
Buiten stonden bakken met forelletjes erin en aan de zijkant bakken met dikke palingen. Aan de binnenkant was de vloer voor het grootste deel van gewoon beton. Er stonden vierkante bakken op de grond, gevormd door 4 bielsen of iets dergelijks. Daar zat grijs zand in en in het midden brandde een vuurtje van wat houtblokjes, waarboven een zwart geblakerd keteltje hing. Wij zaten op houten blokken rond zo'n vierkant met een vuurtje. Ik vond het er wel leuk uitzien allemaal. Je keek ook zo tegen het rieten dak aan. Op balken lagen wel wat bamboe stengels, de meeste ook helemaal zwart van de rook. Heel sfeervol dus. Daarna weer door en spoedig kwamen we in de bergen. Best wel hoge trouwens. Er lag nog sneeuw op de toppen. Het is een mooi landschap. Wel overal huizen en zo, maar hier is ook wel natuur te vinden. Je ziet ook veel rijstveldjes. Na een tijdje kwamen we in een soort kuuroord. Daar stroomde de rivier door. In een volgend dorp werd de auto neergezet en daar ontmoetten we nog meer vliegvissers.
Er kwam ook gelijk een man aan voor de vergunning. Die bestaat uit een kartonnen kaartje met een versterkt ringetje erin, daar doorheen zit een dun ijzerdraadje en dat maak je vast aan de ring op de rug van je vliegvisvest, of op je pet of zo, in ieder geval goed zichtbaar. Langs een trap in het dorpje konden we naar beneden en zo kwam je bij de rivier terecht. Over de hele breedte van de rivier hing een staalkabel en daar hingen allemaal fel gekleurde vissen aan, gemaakt van zijde, een soort vliegers of windvanen, Koinobori heten ze.
Het ziet er heel leuk uit. De rivier zelf was glas- en glas helder. We waadden naar de overkant om daar te gaan vissen. Ik ging eerst aan de kant zitten om mijn lijn in orde te maken, en toen ik in het water keek zag ik eenn schooltje vissen voorbij zwemmen, maar dat waren geen forellen, maar een soort grondels of zo, vertelde Morio. Een eind verder waadde ik wat dieper en toen voelde ik toch het water naar binnen lopen. Dat kon toch niet de bedoeling zijn. We hebben tot donker gevist en er waren een paar forelletjes gevangen, Yamame en Iwana.

Iwana

Yamame
Daarna gingen we naar de herberg. Aki, een van de andere vliegvissers, ging ook mee, zodat we met zijn vijven waren. Het bleek een leuke herberg te zijn, lekker ouderwets, en ik vond het een goede atmosfeer hebben. Buiten heb ik eerst het waadpak uitgedaan en een droge broek aangetrokken. Er bleek een losse torn in het waadpak te zitten, vandaar dat ik wat water naar binnen had gekregen.
De waadpakken die ze gebruiken zijn vaak van gore-tex. Het spul ademt wel maar laat geen water door. Je draagt er waadschoenen onder. Het zit beter dan het waadpak dat ik heb, zo'n ouderwets pvc geval. In Japan zijn sommige gewoontes afwijkend van wat wij in het westen gewend zijn. In de hal van de herberg doe je bijvoorbeeld je schoenen uit, want in de kamers liggen tatami (geweven grasmatten) en daar mag je niet met schoenen op lopen. Er staan slippers klaar voor iedereen. Ze waren mij wat aan de krappe kant dus ik liep op mijn sokken. Als je naar het toilet moet, laat je je slippers voor de deur staan en doet andere aan die binnen al klaar staan.
Na wat kletsen is het tijd voor het bad. Dat is hier ook een gezelschapsspel. Ik wist al uit een boekje dat aan boord lag hoe dat ongeveer in zijn werk gaat. Yoshi en Aki hadden al gezien dat het bad groot genoeg was voor drie personen. Morio zei dat hij wel met mij meeging om uit te leggen hoe dat hier gaat. In de badkamer staan plastic krukjes en plastic kommen. Met die kommen schep je wat water uit het bad en giet dat over je heen.
Dan was je je, waarbij je zorgt dat er geen zeep in het grote bad terecht komt. Als je schoon bent stap je het bad in. Het water is knap warm, en heerlijk ontspannend. Ondertussen zit je gezellig te kletsen. Na het bad heb ik de kimono en het jasje aangedaan dat daarvoor in de kast in je kamer ligt. Zo kwam ik als shogun Peet naar beneden. Het zit wel lekker overigens. Na het bad was het etenstijd. Je zit op een kussentje op de grond aan een lage tafel. Het maal bestond uit een klein forelletje, ik denk dat ie geroosterd was en dan met zout en azijn besprenkeld. Verder veel verschillende groentes. Alles is koud, behalve de kom kleefrijst. Je eet uiteraard met stokjes, maar dat is zo moeilijk niet. We hadden er een beetje sake bij en groene thee. Na het eten hebben we nog een beetje zitten kletsen, daarna vond ik het mooi geweest, het was half elf en ik ben lekker gaan slapen.
Dat doe je op een futon, een matras die op de grond ligt. Er lag een lekker warm dekbed overheen en een kussen met boekweitdopjes of zo erin. Ik had een kamer voor mezelf en de anderen deelden de andere kamer. Terwijl ik zo op mijn matras lag kon ik het geluid van de rivier horen. Gelukkig was het dekbed lekker warm want het was best fris, zo hoog in de bergen. De wanden van mijn kamer waren gedecoreerd met een soort tekeningen, een bergtafereel in de mist, het is erg mooi. In de kamer zaten ook een soort schuifdeuren met rijstpapier. Daarachter had je een soort zitplekje met een stoel en een klein tafeltje en daarachter was het raam, je keek zo uit op de rivier. Vanuit het raam kon je waterspreeuwen en grote gele kwikstaarten langs de oever zien scharrelen.
Ik was al om zes uur wakker en ben opgestaan. In de badkamer had ik ook een doucheslang gezien, dus ik ben even lekker onder het gemalen water gaan zitten. Na de douche even buiten gaan kijken. Aki, Yoshi en Rumiko waren nu ook wakker en kwamen naar buiten. We gingen even bij een meer kijken dat er tien minuten vandaan lag. Dat was erg mooi. Er zaten een paar soorten eenden, onder andere tafeleenden en kuifeenden, dezelfde die je ook bij ons ziet. Er zaten ook twee paartjes mandarijneenden. Leuk om die eens in het wild te zien. Verder zat er nog een eendensoort die ik niet thuis kon brengen en een stel aziatische wintertalingen. Wel grappig dat je vogels die je van thuis kent, aan de andere kant van de wereld ook tegen komt, zoals mussen en koolmezen. Op de terugweg reed Aki nog langs een vogelopvangcentrum, het was er wel mooi en bestond uit hele grote kooien waar de vogels veel ruimte hadden. Er zaten ook een stel roofvogels, de meeste zwarte wouwen en oeraluilen. De wouwen heb ik in de stad vaak gezien, de oeraluil had ik ook graag in het vrije veld willen waarnemen. Mooi hoor, het landschap met het vroege zonlicht van de ochtend. Om zeven uur was het ontbijt en dat was ook erg uitgebreid. Het was weer een kom warme rijst en de rest van de dingen was koud. Een forelletje, groenten, een kommetje met een ei en een ander kommetje met een eigerecht met paddestoelen en garnalen. Er was ook nog een ander kommetje, daar zat nattoo in. Dat zijn een soort kleverige bonen, ik vond het niet te hachelen. Als je wat bonen pakt met je stokjes trek je lange kleverige draden en die blijven voorlopig ook zitten, drie happen erna heb je nog steeds draden, tot grote hilariteit van de overige disgenoten natuurlijk.
Om acht uur kwamen er twee medewerkers van het vliegvisblad "Streamside" die ook mee gingen. Aki was 's morgens vroeg naar zijn huis terug gereden om het waadpak van zijn zoon te halen. Die is ook groot en het pak paste me goed. Aardig van Aki. De mensen zijn ontzettend gastvrij. Toen weer naar een rivier, het zag er allemaal heel goed uit en we zagen wel een paar visjes rijzen, maar we konden er geen van allen eentje vangen. We hebben wel twee slangen gezien, net naast het pad, ze lagen te zonnen. Leuk, het waren geen giftige trouwens, net zoiets als onze inheemse ringslang. Hoewel we enkele vissen zagen rijzen, konden die niet tot aanbijten worden verleid en we besloten om naar een andere rivier te gaan. Toen we daar aan kwamen bleek het een hele brede te zijn. Het water bleek te hoog en er waren een stel andere vissers. Daarom gingen we naar de rivier waar we gisteren al hadden gevist. rechts Morio, links Noburu
Eerst gingen we iets eten in hetzelfde eethuisje waar we de dag daarvoor ook de yams hadden gegeten. Morio raadde me aan om noedels met tempura te nemen en dat was inderdaad erg lekker. Noedels in een soort soep en tempura bestaat uit gebakken groenten en garnalen. Daarna weer naar de rivier en verder vissen. Bij de doorwaadbare plaats lag een grote kei en een door het water uitgespoelde kuil, daar zat een forel in.
Ik probeerde een paar worpen en mijn vlieg werd gepakt, helaas miste ik hem, de forel had de vlieg alweer uitgespuugd. Ik ben verder gelopen en geklauterd naar waar ik gisteren twee keer een rise had. Het lukte me niet om wat te vangen. Mijn vlieg werd wel twee keer gepakt, maar het was hele kleine vis en ik haakte ze niet. Op gegeven moment zag ik de anderen niet meer en ben ik ook weer richting van de voorde gelopen. De groep stond bij een kuil waar drie forellen in zaten. Yoshi had ook twee forellen gevangen, Morio eentje. Wat Aki en Rumiko hadden gevangen weet ik niet meer. Yoshi had ze in zijn net zitten in de rivier om ze aan me te laten zien, eentje was een regenboog en de ander een yamame. Zo kon ik die eens op mijn gemak bekijken, met de grote langgerekte vlekken langs zijn zij. Een mooi visje.
Morio moedigde me aan het nog eens op de forel bij de kei te proberen, en ik wierp mijn nimf er naar toe. Na het maken van een paar worpen zag ik de forel een zijwaartse beweging maken, hij had een nimf of zo gepakt. Met mijn volgende worp werd mijn goudkop gepakt en even later lag een heel fraai gekleurde regenboog in het netje van Aki. De goudkop bleek trouwens gewoon een pheasanttail te zijn geworden want de goudkraal was eraf, zeker een steen geraakt. Was in dit geval misschien wel goed ook. De andere vissers waren zeker net zo blij voor me als ik zelf. Iedereen feliciteerde me met de vangst. Een hoop foto's gemaakt. Ik ben ontzettend blij dat ik toch 1 forel ving. De mensen hebben echt heel hard geprobeerd om mij een vis te laten vangen. Wat me wel opviel is dat het niveau van de vliegvissers die ik heb meegemaakt ontzettend hoog was, niet alleen wat spullen betreft, maar ook v.w.b. kennis van entomologie.
Ik denk dat dat inherent is aan de omstandigheden want er zijn een hoop vissers en niet veel vis. Het is niet te vergelijken met een riviertje in de Ardennen of in de Eifel. Veel kleine vliegjes, hele lange leaders, 4 meter of meer. De vis kan bijzonder lijnschuw zijn. Verder blijven ze heel lang op een plek gooien als daar vis is gezien. Dat is een andere manier van vissen dan ik meestal zelf gebruik. Ik zoek meer en blijf niet zo lang op 1 plek hangen. Na nog wat nagepraat en nog even een paar worpen te hebben gedaan op een plek waar drie forellen tegen een grote steen aan lagen, zijn we naar de auto gegaan en hebben de waadpakken uitgedaan en de tassen ingepakt. Hierna gingen we weer richting Tokyo. Al met al is dit een enorme ervaring geweest. De gastvrijheid en vriendelijkheid van de mensen die ik ontmoette waren indrukwekkend. De Japan Flyfishers bleek een zeer bekwame club te zijn, en er viel voor mij best zo het een en ander te leren. Het verblijf in de herberg was ook een topper.

Domo Arigato Gozaimas



***