|
Op een stuk vlakbij een brug stond een overhangende boom met ranonkel aan de voet, die in het
water stond. Ik had er al langs gevist, maar toen ik terug waadde schoot een echt grote vis, zo
breed als mijn hand, vanonder de boom vandaan en verdween met de stroom mee.
Ik had de trein terug naar Brest van half zeven, en iets meer dan een uurtje later liep ik al op
de marine basis.
|
|